donderdag 6 september 2012

Rob Bell, En de meeste van deze is… liefde

De afgelopen tijd is wel gebleken dat mensen aardig verhit kunnen raken door te praten over de hel. Deze discussie, die uit de VS is komen overwaaien, is nu ook in Nederland losgebarsten. In ieder geval wordt ze flink gestimuleerd door enkele mediabedrijven. Het ND organiseerde een debat. Kok, Vuurbaak en Medema geven vertalingen uit van de drie Amerikaanse posities. Ik beperk me in deze recensie tot de aanstichter van deze polemiek. Rob Bell met zijn boek Love Wins. 

Populair 
Bells standpunt is dat de hel als eeuwige straf een misleidend en giftig geloof is. In zijn boek wil hij laten zien dat dit niet Bijbels verantwoord is. De omslag van dit net verzorgde boek wijst ons erop dat het een toegankelijk en overtuigend boek is. Dat eerste kenmerk klopt zeker. Bells toegankelijkheid is zijn grote kracht en waarschijnlijk de reden waarom hij zoveel discussie heeft weten te ontlokken. De boodschap op zich is natuurlijk niet nieuw. Volstrekt anders dan de meeste theologische boeken is dit boek primair gericht op toegankelijkheid. Ik zal ter illustratie het begin van het eerste hoofdstuk citeren. Hier zet Bell het probleem neer, op overtuigende wijze. Hij begint met een verhaal over een kunstexpositie in zijn kerk. Daar was ook een uitspraak van Gandhi te lezen, die fascineerde vele mensen. 

“Maar dat gold niet voor iedereen. 

Iemand had er een velletje papier aan vastgehecht. Daarop stond geschreven: ‘Herinnering: hij zit in de hel.’ 

O ja? 

Zit Ghandi in de hel? 

Echt waar? 

Staat dat zwart op wit? 

Is er iemand die dat weet? 

Zonder enige twijfel? 

En nam diegene de taak op zich om dat aan anderen door te geven?” (11) 

Hierbij moet u zich voorstellen dat er gebruik wordt gemaakt van een open lettertype, grote 12, regelafstand anderhalf en heel veel witregels. In de komende citaten laat ik die maar achterwege. Dit citaat vult dus een halve bladzijde in het boek! Het is dan ook niet zo vreemd dat ik het boek heb gelezen tijdens een middagje genietend van de zon in de tuin. 

Het citaat laat ons ook zien hoe Bell redeneert. Hij geeft in dit boek niet zozeer een argumentatie voor een stelling. Dat is niet de rode draad. Hij wil ons eerder laten voelen wat er op het spel staat. En wat mogelijke andere manieren zijn om er over na te denken. Hijzelf geeft de beste typering: “Als je dankzij dit boek in aanraking komt met de levendige, gevarieerde, rommelige en veelstemmige complexiteit van de historische, voortgaande dialoog over de opgestane Jezus – dan ben ik meer dan gelukkig.” (10) Het is eigenlijk lekker postmodern, in die zin dat je er gewoon lekker bij mag voelen. We doen het in verbondenheid met de opgestane Jezus, dat is de identity marker. Maar voor rest is er niet iets van traditie of gezag. Het is telkens een opnieuw uitvinden, het evangelie komt tot ons als nieuw. Dus we moeten er ook weer over naar gaan denken. Ik voel mee dat dit aanspreekt. 

Keerzijde 
Echter, deze insteek vind ik, om maar een understatement te gebruiken, niet helemaal bevredigend. Misschien doe ik wel moeilijk, maar ach, ik denk dat we vaak toch wel meer bepaald zijn dan we denken. Het lijkt me wat paradoxaal om te denken dat mijn probleem enerzijds heel erg herkenbaar is en dat iedereen er mee worstelt in mijn tijd. En anderzijds er van uitgaan dat mijn probleem (of ikzelf, of mijn zoektocht) zo uniek is, dat ik denk dat ik de geschiedenis links kan laten liggen en mijn keuzes niet hoef te verantwoorden. 
Bell neemt namelijk aardig wat aannames mee in de wijze waarop hij zijn oplossing poneert. Ik zal er een paar noemen. Het evangelie gaat er niet om dat je ‘ergens anders heen wordt gebracht.’ “(…) [H]et enige wat telt is wat je met Jezus’ woorden doet.” (17) “Door je in te zetten voor schoon water, draag je nu al bij aan het leven in de komende wereld. (…) [E]en eigen plek creëren, een tuin onderhouden, het zijn allemaal geheiligde taken voor nu, voor partners (!) van God, omdat ze in de komende wereld door zullen gaan." (55) 
In deze citaten worden al aardig wat beslissingen gemaakt die Bell gebruikt om zijn lijn van betoog uit te werken. Al met al kiest hij voor een vrijzinnig discours. Los van de vraag of dit verkeerd zou zijn, ik constateer slechts wat niet wordt verwoord of verantwoord. Bell legt een nadruk op de continuïteit van deze wereld en de toekomende. We bouwen er aan. Door in de tuin te spitten helpen we God een handje mee. En christen-zijn betekent wat doen met Zijn woorden. Ofwel een goed leven leiden. De vrouw die in haar eentje zwoegt voor de opvoeding van haar kinderen is vanwege haar deugden het ideaal. Voor Bell is dit slechts een retorische vraag. “Zegt God tegen haar: ‘Jij bent het type mens met wie Ik de wereld draaiende kan houden’?” (63) 

Hoe zit het dan met redding en de hel? In de eerste plaats wil God alle mensen zalig hebben. (107) Belangrijker dan de vraag of God krijgt wat Hij wil, is de volgende. Krijgen wij wat we willen? “Ja; we krijgen wat we willen. Zo liefdevol is God.” (126, sic) Er bestaat natuurlijk een kansje dat een mens toch niet met God verder wil. Hoewel dat niet iets is wat vast staat en blijft staan voor altijd, het kan altijd nog veranderen. Anders is het zielig voor de mensen die nu net als atheïst zijn opgevoed. De hel is zo ook nog wel nodig. Je hebt een woord nodig om het gemis van die grote liefde te duiden. (103) Maar deze is op dezelfde plek als de hemel. “In de hel zijn betekent op het feest zijn. Dat maakt het zo hels. Het is geen beeld van scheiding, maar van samenvoegen.” (175) 

Hoe zit het dan met Jezus? In de eerste plaats is het kruis multi-metaforisch. (137) Het oude idee is maar een van de ideeën, en zeker niet de beste. Bell gaat uit van Jezus Christus Die overal is. Net als het wereldbeeld van de eerste christenen. (?) “Er is in de wereld een energie, een vonk, een lading, waar alles op aangesloten is. De Grieken noemden dit zoe, de mystici ‘Geest’ en Obi-Wan had het over ‘De Kracht’.” (152) En Bell noemt de Kracht uit Star Wars het Woord van God. Als ook Obi-Wan onder de profeten is, is het natuurlijk lastig om over Jezus Christus te spreken als de Enige weg. Echter, zegt Bell dan, deze exclusiviteit heeft inclusiviteit als de andere kant van de medaille. (161) “Inclusiviteit van het soort dat openstaat voor alle godsdiensten, het soort dat er vertrouwen in heeft dat goede mensen binnen zullen komen; dat er maar één stad is, maar dat daar vele wegen naartoe leiden. Deze inclusiviteit gaat ervan uit dat je wel goed zit als je met een oprecht hart leeft en je daden door de beugel kunnen. (…) En dan laat Hij de deur open. Wijd open. Hij laat de deur wijd open voor alle mogelijke mogelijkheden. Jezus is zo beperkt als Jezus en zo alomvattend als het universum.” (162) 

De kernvraag die ook al aan het begin van het boek werd gesteld is: over welke Jezus heeft men het!! Na bovenstaande redenering komt Bell op zijn antwoord. Mijn dunkt een samenvatting van zijn theologie, het is zijn christologie kort samengevat. “Of bedoelen ze de levensbron van het universum, die onder ons heeft gewoond en alles nog steeds onderhoudt met zijn liefde, kracht, genade en energie?” (163) Immers, “(…) de uitdrukking ‘persoonlijke relatie’ [staat] nergens in de Bijbel.” (20) Tja, zo zien we dat je niet louter kunt spreken over de hemel op zichzelf. De Godsleer bepaalt de rest van onze theologie. 

Niet altijd sterk 
Wie het boek leest zal best onder de indruk zijn. Bell weet zijn gedachten goed over te brengen. Hij is retorisch heel erg sterk. Het zijn niet zomaar problemen waar hij mee worstelt in het boek. Je voelt ze daadwerkelijk aan bij het lezen. Maar als we dan zo het een en ander samenvatten, zoals ik hierboven heb gedaan blijkt ook de zwakte van het boek. Het boek blijft vooral op gevoelsniveau steken. Argumentatief vind ik zijn betoog niet zo sterk. 
Bell heeft er zelf niet zoveel mee, maar ik denk dat hij beter zijn uitgangspunt had kunnen nemen in Gods verkiezend handelen. Aan het begin van het boek komt hij hiermee wel op de proppen, maar laat dat direct links liggen. Wat als de evangelist een lekke band krijgt? Dan krijgen sommige mensen nooit het evangelie te horen. De insteek van de Dordtse Leerregels is nu net dat de voeten van hen die het Evangelie brengen zalig zijn. Het is God Zelf Die hier handelt. Zou dan een lekke band een probleem moeten vormen? Dat lijkt me wat klein gedacht. Het is eigenlijk noodzakelijk om de uitverkiezing als uitgangspunt te nemen in deze problematiek. De uitverkiezing heeft voor sommige mensen (waaronder Bell) de bijklank van systeem, dogmatisch, absoluut, en wat wel niet meer vervelend is. Er is dan helemaal geen ruimte meer. Maar nu blijkt dat het tegenovergestelde waar is. Bell wil juist een systeem maken waarin alles helder is. Het moet voor hem duidelijk zijn of iemand in de hemel komt. Hij wil het weten! Wij willen het weten. De uitverkiezing wil niet zo’n systeem zijn. Als we dat belijden, dan belijden we dat we lang niet alles weten, maar dat God alles in handen heeft. En dat we Hem dat ook kunnen toevertrouwen, zonder dat we precies weten hoe het zit. 

Slotbeschouwing 
Het lijkt me dat het hele debat rond hemel en hel vooral een commercieel gebeuren is. Wat aardig is aangeslagen. Het boek zelf valt me wat tegen. Wat wel aardig is en onbenoemd is gebleven zijn de exegetische inzichten van Bell. Niet die over de hel, de teksten die hierover gaan vindt hij ‘nogal vaag’. (77) In zijn boek werkt hij echter ook veel gelijkenissen uit en dat doet hij origineel. Dat maakt toch nog wat goed. 

Rob Bell, En de meeste van deze is… liefde. Een eerlijk boek over hemel en hel. VBK Media, Utrecht 2012, 206 blz. €18,50.